skip to Main Content

Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege het coronavirus werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kan een werkgever de werknemers hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Mag wel: pc’s, mobiele telefoons en gereedschap

Een werkgever mag pc’s, mobiele telefoons, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als in alle redelijkheid deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag wel: inrichting werkkamer

De werkgever is volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van de werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat hij daarom arbovoorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. Maar let op: de werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie/thee/toiletpapier

Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken, is belast. Een werkgever kan deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
De regering denkt wel na over de mogelijkheid van een onbelaste thuiswerkvergoeding. Als deze er komt, gebeurt dat echter niet eerder dan vanaf 1 januari 2022.

Einde thuiswerken, wat dan?

Gaat men weer volledig naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer bij de werkgever inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast. Dit is uiteraard anders als de werknemer gedeeltelijk thuis blijft werken.

Werkkostenregeling

Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kunnen desgewenst onder gebracht worden in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld € 2 per dag (NIBUD) voor bijkomende kosten, zoals verwarming. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende wordt de werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die betaald moet worden voor zover men over de vrije ruimte heen gaat.